Shohreh Parchamdoost voor een gedicht dat haar vader heeft gekalligrafeerd
NH Gooi
HILVERSUM - De Iraanse Shohreh Parchamdoost woont al veertien jaar in Hilversum. Het conflict in Iran doet haar meer pijn dan ze kan beschrijven. En nu Israel en Amerika in oorlog zijn met de Islamitische Republiek van Iran, heeft zij de hoop dat Iraniërs hun vrijheid terug zullen krijgen. Maar ook is ze meer dan ooit bezorgd om haar familie.
Elke ochtend begint hetzelfde. Shohreh Parchamdoost
doet haar ogen open, pakt haar telefoon en hoopt op een berichtje. Van haar
zus. Van haar broer. Van wie dan ook in Iran. Maar de meeste ochtenden is er
niets.
De 57-jarige Hilversumse, afkomstig
uit het Koerdische gebied in Iran, woont al zo'n twintig jaar in Nederland. Ze
vluchtte nadat ze in de problemen was gekomen vanwege haar Koerdische
achtergrond. Ze liet alles achter: haar vader, haar moeder, haar broer, haar
zus. In Nederland begon ze opnieuw.
Inmiddels heeft ze werk, een leven,
twee twintigjarige tweelingdochters. Maar de afgelopen maanden zijn zwaarder
dan ooit.
“Ik
word iedere ochtend wakker en denk: hebben ze eten? Hebben ze een plek om te
slapen?”
Shohreh Parchamdoost
Afgelopen zondag werd het huis van
haar zus geraakt door een luchtaanval. Parchamdoost hoorde het via via. Pas
twee dagen later wist ze dat haar zus nog leefde. Die twee dagen omschrijft ze
als een nachtmerrie. “Ik belde als een gek, twintig keer, dertig keer. Niemand
nam op. Er was gewoon geen verbinding.” Ze kon niet slapen, haar lichaam deed
pijn en moest constant huilen.
Dat gebrek aan contact is voor de
Iraanse een van de zwaarste lasten. Het regime beperkt internet en
telefoonverkeer stelselmatig tijdens onrusten. “Als je er zelf bij bent, is de
pijn anders,” zegt Parchamdoost. “Als je het ziet, beleef je het. Maar hier
weten wij niets. Alle deuren zijn dicht.”
Shohreh Parchamdoost: "Mijn lichaam is veilig, maar mijn geest is kapot".|NH Gooi
Goede afleiding
Parchamdoost werkt in het Gooi en gaat elke dag naar
haar werk, ook als dat moeilijk is. Liever dat dan thuisblijven met het nieuws.
Afgelopen maandag, na de hevigste Israëlische en Amerikaanse aanvallen op
zondag reed ze huilend naar haar werk. “Mijn ogen waren opgezwollen, mijn hoofd
was rood,” vertelt ze. “Maar de reacties van mijn collega’s waren zo lief. Ze
zeiden alleen maar: wij denken aan jou. Dat was genoeg.”
Ze is dankbaar voor de steun uit haar
omgeving. Nederlanders, Iraniërs, collega’s: velen sturen een berichtje, bellen
even. “Dat houdt me op de been.” Tegelijkertijd wil ze dat mensen begrijpen dat
veiligheid niet hetzelfde is als gezond zijn. “Mijn lichaam is hier veilig.
Maar mijn geest is kapot.”
Een droom in traditionele kleding
Parchamdoost
droomt van terugkeren. Niet vaag, maar concreet en beeldend: ze weet al wat ze
aan zal hebben. De Koerdische jurk van haar moeder, die haar jaren na haar
vlucht per post werd opgestuurd. In haar droom verzamelen alle Iraniërs zich op
het Meidan’e Sjahyad in
Teheran, het grote witte monument dat vroeger symbool stond voor de Sjah, maar
dat het volk heeft omgedoopt tot Vrijheidsplein. Ze dansen er samen.
Haar ouders zal ze er niet bij zien.
Zij overleden tijdens de coronapandemie. Ze kon toen niet naar Iran terugreizen
om afscheid te nemen. Haar droom om één dag samen met hen de tijd doorbrengen
als Iran vrij is, is voorgoed voorbij. “Die droom is gewoon weg,” zegt ze
zacht.
“Ik heb
vier oorlogen meegemaakt. Voor mij is het
crystal clear: mensen gaan dood, en het einde komt misschien niet snel. Maar we
krijgen onze vrijheid terug. We krijgen het.”
Shohreh Parchamdoost
Ze sluit het gesprek af zoals ze het
begon: nuchter, maar broos en in tranen. ‘Ik hoop dat mijn dochters die over
vijf dagen twintig worden, hun verjaardag kunnen vieren met goed nieuws uit
Iran.” En dat ze ooit, één keer, de stem van haar zus weer hoort. “Gewoon heel
even. Dat is alles wat ik wil.”