ePrivacy and GPDR Cookie Consent by Cookie Consent Twee graven van voormalige KNIL-soldaten in Bussum krijgen beschermde historische status | NH Gooi

Twee graven van voormalige KNIL-soldaten in Bussum krijgen beschermde historische status

  • Vandaag om 14:27
  • Elsa Poorthuis (NH Gooi)
Voormalige KNIL-soldaten Lefinus Tuuk (links) en Hendrikus Kapoh (rechts)
Voormalige KNIL-soldaten Lefinus Tuuk (links) en Hendrikus Kapoh (rechts) Werkgroep Eerherstel KNIL-erfgoed Gooise Meren
BUSSUM - De gemeente Gooise Meren heeft twee graven van voormalige soldaten van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) op de Algemene Begraafplaats aangewezen als historische graven. Tijdens een ceremonie op 15 augustus, de nationale herdenking van het einde van de oorlog tegen Japan en de Japanse bezetting van Nederlands-Indië, zal bij het eerherstel worden stilgestaan en ontvangen de KNIL-soldaten postuum een militaire onderscheiding.
Het aanmerken van de graven als historisch gebeurde op 23 juni vorig jaar al. Daarmee gaf de gemeente gehoor aan de oproep van de Werkgroep Eerherstel KNIL-erfgoed Gooise Meren. In die werkgroep zitten onder andere Paul Tuuk en Oddy Kapoh, de zoon en kleinzoon van de Manadonese/Indische KNIL-soldaten om wiens graven het gaat.
Zij kozen ervoor de officiële ceremonie op 15 augustus plaats te laten vinden. Dat is de dag van de nationale herdenking voor oorlogsslachtoffers van de oorlog Nederland tegen Japan en de Japanse bezetting van Nederlands-Indië. “Het is een erg belangrijk moment voor onze families,” vertelt Oddy Kapoh. “Zo belangrijk zelfs dat familieleden uit Zweden, Amerika en Indonesië, maar ook vrienden in Nederland, via een livestream zullen meekijken.”

Erkenning

Oddy Kapoh en Paul Tuuk zijn al lang bezig om erkenning te krijgen voor respectievelijk hun opa en vader. Nu de graven als historisch zijn aangemerkt, zijn er ook informatiebordjes geplaatst met QR-codes. “Daarnaast zijn de graven ook opgenomen als locaties in de historische wandeling tijdens de jaarlijkse Open Monumentendag,” aldus Kapoh.
Tijdens de ceremonie zal er naast de levensverhalen van Hendrikus Kapoh, de opa van Oddy, en Lefinus Tuuk, de vader van Paul, ook aandacht zijn voor de verhalen van oud-KNIL-soldaten Ferdinand Mumu en Andries Lezer. Drie van de KNIL-soldaten kwamen allemaal uit de provincie Minahassa op het eiland Sulawesi, waar Manado de hoofdstad van is. De vierde soldaat kwam uit Bandung, maar trouwde later met een Manadonese vrouw. Ze kwamen allemaal rond 1951 naar Nederland. Kapoh: “Daarom zijn onze families al 75 jaar heel sterk met elkaar verbonden.”
De Manadonese en Molukse KNIL-soldaten waren geduchte militairen en vochten samen in de Tweede Wereldoorlog aan Nederlandse zijde tegen Japan. Toen Nederland capituleerde in maart 1942, kwamen veel KNIL-soldaten in krijgsgevangenschap terecht. Na de oorlog en de onafhankelijkheidsverklaring van Indonesië probeerden de Molukkers en ook de Manadonezen een eigen autonome staat binnen Indonesië te stichten. Dit werd hardhandig tegengehouden door president Soekarno.

Slecht behandeld

Voormalige Molukse en Manadonese KNIL-soldaten moesten daarom in 1951 voor hun eigen veiligheid Indonesië verlaten en kwamen naar Nederland. Daar werden zij niet goed behandeld. Bij aankomst in Nederland kregen ze van de Nederlandse overheid wel voorschotten om in hun onderdak en voedsel te voorzien. Pas wanneer de inheemse KNIL-soldaten de Nederlandse nationaliteit verkregen, een proces dat vaak jaren duurde, werd hun pensioen eindelijk betaald, alhoewel niet met terugwerkende kracht.
Ook de achterstallige soldij uit de periode van de Japanse bezetting, de zogenoemde Backpay-kwestie, bleef lange tijd onbetaald. Het uitblijven van die betalingen leidde tot protesten en juridische procedures. Oud-KNIL-militairen en belangenorganisaties bleven strijden voor erkenning en uitbetaling van de achterstallige soldij.
Oud-KNIL-militairen demonstreren in 1979 op het Binnenhof voor achterstallige soldij en rechtsherstel.
Oud-KNIL-militairen demonstreren in 1979 op het Binnenhof voor achterstallige soldij en rechtsherstel.|Wikicommons

Ten einde raad

Oddy Kapoh: “Mijn opa schreef diverse malen de overheid aan en tot twee keer toe zelf Prins Bernhard met het verzoek, een smeekbede, om hem te helpen. Mijn opa had hooggeplaatste militaire contacten, die in Nederland voor hem instonden, maar het mocht allemaal niet baten. De Nederlandse overheid wilde hem, net als veel anderen, niet helpen.”
De opa van Oddy Kapoh was ten einde raad, maar bleef volgens zijn kleinzoon al die tijd loyaal aan de Nederlandse vlag. “Hij bleef erop vertrouwen dat het goed zou komen.” Uiteindelijk kreeg Hendrikus Kapoh in november 1954 de Nederlandse nationaliteit, waarna hij een brief van de overheid kreeg dat zijn pensioen eindelijk betaald kon worden. “Maar voor de periode tussen het opheffen van het KNIL in juli 1950 tot eind 1954, de datum dat hij de Nederlandse nationaliteit kreeg, werd mijn opa verwezen naar de nieuwe Indonesische overheid.”
“Hij bleef erop vertrouwen dat het goed zou komen.” 
Oddy Kapoh

Postuum onderscheiden

De vier voormalige KNIL-soldaten Hendrikus Kapoh, Lefinus Tuuk, Ferdinand Mumu en Andries Lezer zullen tijdens de ceremonie ook postuum militaire onderscheidingen ontvangen van het ministerie van Defensie uit handen van kolonel Gerard van Kuijck, Commandant Koninklijk Tehuis voor Oud-Militairen en Museum Bronbeek. Bronbeek werd in de 19e eeuw geopend als opvangcentrum voor oud-militairen van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL). Vandaag de dag dient het als verzorgingstehuis en museum voor veteranen. “Kolonel Van Kuijck had al afspraken staan op 15 augustus, maar heeft zijn agenda dusdanig aangepast dat hij persoonlijk hier bij ons aanwezig kon zijn. Dat vind ik erg bijzonder.”
Ook wethouder en locoburgemeester Mark Marshall van de gemeente Gooise Meren zal bij de ceremonie zijn en de aanwezigen toespreken. Na afloop zullen de aanwezigen zich buiten verzamelen. Dan klinkt The Last Post, gevolgd door een minuut stilte. Daarna loopt de menigte naar de graven toe, terwijl ze een lied in het Maleis zingen. Bij elk graf wordt door de aanwezigen symbolisch een witte roos neergelegd. Kapoh hoopt dat de gemeente nog wel wil overwegen om de plaquette op een andere plek te plaatsen: “Een andere locatie is ook goed. Misschien het gemeentehuis of een andere openbare plek.”

Gedenkplaquette

Naast het eerherstel voor de KNIL-soldaten hoopte de werkgroep ook een gedenkplaquette te kunnen plaatsen in de aula van begraafplaats Bussum voor alle voormalige KNIL-soldaten uit deze regio. In de beantwoording van de vragen van de VVD over het eerherstel van de voormalige KNIL-soldaten blijkt dat de gemeente dat verzoek in november vorig jaar heeft afgewezen: “De aula blijft een neutrale ruimte, passend bij de functie van de uitvaartzorg op de begraafplaats,” aldus de gemeente.
Kapoh hoopt dat de gemeente nog wel wil overwegen om de plaquette op een andere plek te plaatsen: “Een andere locatie is ook goed. Misschien het gemeentehuis of een andere openbare plek.”